Geschiedenis van Hapkido

 

De gevechtskunst loopt als een rode draad doorheen de meer dan 5000 jaar oude Koreaanse geschiedenis. Doorheen de hele geschiedenis werd Korea in totaal 932 keer overspoeld door invallen van de Mongolen, Chinezen en Japanners. De enige manier om zich te leren verdedigen was het ontwikkelen van een gevechtskunst. Aanvankelijk waren de gevechtskunsten voorbehouden aan monniken en aan leden van de koninklijke familie. Hieraan kwam pas een eind in het midden van de 20ste eeuw. In tal van graven en tempels zijn er oude wandschilderingen met vechtscènes terug te vinden. In Korea zijn er tal van verschillende gevechtskunsten met elk hun eigen specialiteit. Zij zijn het product van de talloze verschillende Koreaanse meesters die Korea rijk was.

 

De meest bekende Koreaanse gevechtskunsten zoals Taekwondo, Hapkido en Kuk Sool dateren van in de tweede helft van de jaren ’90, van vlak na en tijdens de tweede wereldoorlog toen Korea zich stilaan kon losmaken van de bijna 50 jaar lange onderdrukking door Japan.

Na de tweede wereldoorlog ontstond er in Korea immers een ware boom in gevechtskunsten. Om de geschiedenis van de gevechtskunsten te begrijpen is het belangrijk om een inzicht te hebben in de Koreaanse geschiedenis, tradities en cultuur.

 

Bijvoorbeeld : Om een Zen monnik te worden moet je een bepaalde tempel uit kiezen waar je als nieuweling wil verblijven. De hoofdmonnik kiest dan een leraar voor de nieuweling. Onder toezicht van deze leraar ondergaat de nieuweling een eerste training. Naar het einde van deze opleiding toe wijst de leraar hem een nieuwe leraar aan in een andere tempel. Na een aantal jaren training onder deze leraar verlaat de leerling de tempel en wordt hij een reizende monnik. De bedoeling is dat hij ervaring opdoet en dat hij andere leraars ontmoet. Na lange tijd vestigt de monnik zich in een tempel van zijn keuze. Als hij ouder wordt en terugkijkt op zijn opgedane ervaring bij de verschillende leraars kiest hij de beste leraar. Hij noemt zichzelf dan een leerling van deze leraar.

Dezelfde traditie kunnen we terugvinden in de gevechtskunsten. Een leerling kan de gevechtskunsten leren van verschillende leraars, nadien kiest hij de beste leraar uit en noemt zichzelf een leerling van deze leraar.

 
Zen-monnik uit Daegu

Een tweede aspect in de Koreaanse cultuur is de geografische ligging. Voor meer dan duizenden jaren heeft Korea gediend als brug tussen China en Japan en werd het land beïnvloed door deze beide culturen. Op deze manier ontstonden er nieuwe Koreaanse culturen. De traditionele Koreaanse gevechtskunsten werden op dezelfde manier beïnvloed en zo ontstonden er nieuwe Koreaanse gevechtskunsten. Belangrijk om te weten is dat Korea zichzelf altijd heeft willen loskoppelen van het Japanse juk. Deze motivatie heeft mee als basis gediend voor het ontwikkelen van een eigen Koreaanse stijl.

 

 

Choi Yong Sool

Over wie nu de grondlegger is van het Hapkido zijn er verschillende theorieën doch over het algemeen wordt Choi Yong Sool de vader van het Hapkido genoemd.

Choi Young Sul, werd geboren op 20-06-1904 in Yong Dong in de provincie Chung Buk (Zuid-Korea). Choi werd er als wees door de Japanse zakenman Morimoto meegenomen naar Japan. Morimoto wilde hem adopteren. Maar Choi kon niet met hem opschieten en liep weg. Al zwervend vluchtte Choi vanuit Moji naar Osaka. Daar werd hij door de politie aangetroffen en werd hij vervolgens naar een Buddhistisch klooster in Kyoto gebracht. Choi was toen nog geen negen jaar oud. 

Choi leek erg gefascineerd door de wandschilderingen in tempel met daarop afbeeldingen van vechtende monniken. De hoofdmonnik Wadanabi was een goede vriend van Takeda Sokaku die bekend stond als grootmeester in de krijgskunst Dai Dong Ryo Yu Sool (Daito Ryu Aiki Jijitsu), waaruit ook Ai Ki Do is ontstaan. Takeda was in Japan een legende.

 

 

Choi Yong Sool

Om zijn Koreaanse achtergrond te verbergen kreeg Choi Young Sul een Japanse naam; Yoshida Asao. Choi heeft meer dan 30 jaar als pleegzoon/assistent / knecht (Choi noemt het zelf als "student") bij Takeda geleefd. Samen trokken zij door Japan om met de vechtkunst geld te verdienen. Takeda stierf in 1943. 

Choi wilde terug naar Korea. In 1945 keerde Choi via Pusan terug naar Korea. In Pusan nam hij de trein naar Daegu. Tijdens deze trip verloor hij zijn bagage waarin zijn dancertificaten zaten. Doordat hij geen geld had zag hij af van zijn plan om naar zijn geboorteplaats terug te keren en besloot hij in Daegu te blijven. Hij werd straatverkoper. Na een jaar had hij geld genoeg verdiend om varkens te kweken. Doordat hij afval van graan nodig had om zijn varkens te voeden kwam hij in contact met Suh Bok Sub, eigenaar van een brouwerij.

Foto's van Choi tijdens zijn lessen

 

 

 

Suh Bok Sub

Het was Suh Bok Sub die op zekere morgen zag hoe Choi zich tegen drie rovers verdedigde. Sub was een zwarte gordel in Judo maar was erg onder de indruk van Choi's technieken. Hij bood hem eten en werk aan in ruil voor lessen. Suh Bok Sub werd ook erg bedreven in de kunst die Choi hem geleerd had, het "Yu Sool".

Op aangeven van Sub werd de naam "Yu Sool" gewijzigd in "Yu Kwon Sool", waarbij de nadruk lag op klemmen, grepen,worpen maar ook trappen en stoten.

Sub opende verschillende scholen en week uit van Daegu naar Seoul. Choi die zich inmiddels had opgewerkt tot hoofd beveiliging, breidde het lesgeven uit en opende op het einde van de Koreaanse oorlog in 1953 een privaat school in Daegu.

 

 

 

Suh Bok Sub

Ji Han Jae

Een van zijn leerlingen was Ji Han Jae. Ji trainde ongeveer drie jaar onder Choi. Ji opende vervolgens een school in zijn geboorteplaats An Dong maar verhuisde enkele maanden later naar Seoul om er een nieuwe school te beginnen.

In 1957 was Ji als 3de Dan verantwoordelijk voor het "Yu Kwon Sool" in zijn district. Hij wilde deze naam veranderen maar vond "Hapki Yu Kwon Sool" te lang. Hij gaf er de voorkeur aan om het woord "DO" (levenswijze) te gebruiken in plaats van "Sool" (technieken) en veranderde de zo Hapki Yu kwon Sool in HAPKIDO.

Ji Han Jae had verschillende leerlingen waaronder wijn eerste leerling Hwang Deok Kyu, Kim Deok In, Kim Myong (grondlegger van Jin Jung Kwan), Kim Jin Pal, Kwang Myong Shik en vele anderen. Deze leerlingen hebben elk hun eigen accenten in het hapkido gelegd en hun eigen stijl en kwan ontwikkeld.

Ji Jan Jae zelf raakte in Korea betrokken bij een corruptieschandaal en kwam in de gevangenis waar hij het Sin Moo Hapkido ontiwikkelde. Hierna verhuisde hij naar Duitsland om zich uiteindelijk definitief te vestigen in de Verenigde Staten.

 

 

Ji Han Jae